Agressieve non-hodgkinlymfomen - behandeling

 

Een agressief non-hodgkinlymfoom is over het algemeen gemakkelijker te genezen dan de indolente vorm. Een agressief non-hodgkinlymfoom wordt dan ook bijna altijd met chemotherapie behandeld. Meestal krijgt de patiënt ook rituximab toegediend. Als aanvullende behandeling krijgt een patiënt soms ook radiotherapie (bestraling). Afhankelijk van het stadium van de ziekte bepalen de artsen een geschikte behandelmethode. De gangbare behandelmethoden zijn:

Stadium 1: (R-)CHOP-kuur. In het eerste stadium van een agressief non-hodgkinlymfoom is deze kuur gang gangbaar. De letters staan voor:
R = rituximab (MabThera). Een vorm van immuuntherapie, toegediend via een infuus
C = cyclofosfamide. Een vorm van chemotherapie, toegediend via een infuus
H = hydrodoxorubicine. Een vorm van chemotherapie, toegediend via een infuus
O = oncovin (vincristine). Een vorm van chemotherapie, toegediend via een infuus
P = Prednison. De patiënt slikt van dag één tot en met vijf prednisontabletten.

De kuur heeft een cyclus van twee of drie weken, in de eerste week krijgt de patiënt medicijnen toegediend, gevolgd door een rustperiode. Drie tot vier cycli volstaan meestal in stadium 1. Bijna altijd krijgt de patiënt in dit stadium aanvullende bestraling op de plek van waar het lymfoom zich bevindt.

Stadium 2, 3 en 4: Agressieve non-hodgkinlymfomen in stadium twee, drie en vier worden meestal ook met de kuur behandeld. Wel krijgt de patiënt dan zes tot acht van deze kuren in plaats van drie tot vier. Wanneer de lymfomen na drie kuren niet snel genoeg verminderen of na acht kuren niet helemaal zijn verdwenen, kan de arts een intensievere behandeling voorstellen gevolgd door een stamceltransplantatie.

Patiëntenwijzer bloedkanker of lymfklierkanker

Wil je kiezen in welk ziekenhuis je behandeld wilt worden? De online patiëntenwijzer kan je helpen. Daarin geeft Hematon informatie over de kwaliteit van de zorg bij bloedkanker en lymfklierkanker in de Nederlandse ziekenhuizen.