Late effecten autologe stamceltransplantatie

 

Na een autologe stamceltransplantatie voelen de meeste mensen zich na een halfjaar tot een jaar redelijk tot goed hersteld. Je wordt langzaam minder moe. Soms kan de vermoeidheid echter jaren aanhouden. 

Verminderde werking van de schildklier  

Heb je een totale lichaamsbestraling gehad? Dan kan het gebeuren dat je schildklier minder goed gaat werken. Je merkt dat aan verschillende verschijnselen:  

  • moeheid;
  • traagheid;
  • je bent slaperig;
  • obstipatie;
  • je hebt het steeds koud;
  • je gewicht neemt toe;
  • soms heb je een langzame hartslag en een verhoogde bloeddruk.  

Informeer je arts als je deze klachten hebt. Hij zal dan schildklierhormoontabletjes voorschrijven.  

Oogproblemen  

Door de lichaamsbestraling of het gebruik van prednison kun je staar krijgen. Staar is vaak met een kleine operatie te verhelpen. Ook kun je last krijgen van droge, branderige ogen.  

Verminderde longfunctie  

Chemotherapie en bestraling zorgen er soms voor dat je longen minder goed werken, waardoor je kortademig kunt worden.

Jeuk  

Bestraling kan jeuk veroorzaken. Houd je lang jeuk? Laat het je arts weten. Hij kan mogelijk middelen voorschrijven die de jeuk verlichten.  

Veranderde reuk  

Soms verandert je reuk. Je kunt dan bepaalde geuren niet meer goed verdragen.   

Problemen met seksualiteit  

Veel vrouwen krijgen na een stamceltransplantatie pijn bij het vrijen. Dat komt omdat het slijmvlies van de vagina droog en kwetsbaar wordt. De veranderde hormoonhuishouding is daar de oorzaak van. Een glijmiddel kan het vrijen prettiger en minder pijnlijk maken. Je haalt zo'n glijmiddel zonder recept bij de drogist of apotheek. Mannen kunnen last krijgen van erectiestoornissen of een veranderd orgasme na een stamceltransplantatie.

Voor mannen en vrouwen geldt dat je door vermoeidheid, door je zorgen of door een andere oorzaak minder zin in vrijen kunt krijgen. Ongemak bij het vrijen en het gemis aan intimiteit leggen vaak een grote druk op je relatie. Praat erover met je behandelend arts of je huisarts. Zij kunnen je verwijzen naar een gespecialiseerde zorgverlener, bijvoorbeeld een seksuoloog.  

Tweede soort kanker

Bij een stamceltransplantatie word je intensief behandeld met chemotherapie en/of radiotherapie. Daarom heb je op lange termijn een iets grotere kans op een tweede soort kanker.