Vijf stappen van autologe stamceltransplantatie

 

Een autologe stamceltransplantatie bestaat uit vijf stappen. 

  1. Laten groeien en mobiliseren van stamcellen
    Om zoveel mogelijk stamcellen te kunnen oogsten krijg je gedurende een aantal dagen G-CSF (Granulocyte-Colony-Stimulating Factor) toegediend via een onderhuidse injectie, meestal tweemaal daags. Je lichaam maakt deze stof ook zelf, maar door het extra toe te dienen wordt de aanmaak en rijping van stamcellen gestimuleerd en worden de stamcellen 'gemobiliseerd'. Dat wil zeggen dat de stamcellen zich verplaatsen van het beenmerg naar het bloed. Deze behandeling wordt vaak gecombineerd met chemotherapie.
  2. Oogsten van stamcellen
    Als er voldoende bloedstamcellen in het bloed voorkomen, worden deze geoogst, door middel van aferese. Hiervoor wordt een slangetje geplaatst in een ader, meestal in de elleboogplooi. Via dit slangetje wordt bloed naar een aferesemachine gepompt. Hier worden de stamcellen gescheiden van het bloed. Dit duurt ongeveer vier uur. De rest van het bloed, zonder stamcellen, wordt via een een slangetje in de andere arm teruggegeven. Soms is een tweede dag aferese nodig om voldoende stamcellen te verzamelen. De stamcellen worden bewerkt en ingevroren totdat ze kunnen worden teruggegeven.
    Vroeger werden de bloedstamcellen, onder narcose, uit het beenmerg gehaald. Dit is een ingrijpender behandeling en gebeurt nu nog zelden.
  3. Conditionering
    Afhankelijk van de ziekte, krijg je enkele dagen een behandeling met een hoge dosis chemotherapie en/of radiotherapie om de ziekte zo veel mogelijk terug te dringen.
  4. Teruggave van de stamcellen
    Direct na de chemotherapie worden de geoogste en ingevroren stamcellen ontdooid. Dan krijg je ze via een infuus terug (reïnfusie). Deze stamcellen nestelen zich in het beenmerg, delen zich en zorgen daar voor de aanmaak alle typen bloedcellen. Het duurt ongeveer twee weken voordat je nieuwe cellen in het bloed vindt.
  5. Herstelfase
    Nadat je je stamcellen terug hebt gekregen breekt er een zware periode aan. Deze periode wordt wel 'de dip' genoemd. De effecten van de hoge dosis chemotherapie hebben gevolgen voor je gezondheid. Je kunt bijvoorbeeld last krijgen van pijn in de mond en pijn bij het slikken. Ook zijn er aanzienlijke risico's op infectie. De hoge dosis chemotherapie heeft je beenmerg uitgeschakeld. Daardoor zijn je bloedwaarden laag. De stamcellen hebben tijd nodig om zich te nestelen en nieuwe bloedcellen te maken. De dip wordt met transfusies met bloed- en bloedplaatjes en antibiotica overbrugd.